R A I L G O E D . N E T                          

Railgoederenvervoer in en om Nederland                                        

 

Zwijndrecht informatie

Geschiedenis Zwijndrecht – de stamlijn

Eenmaal per week sukkelt een treintje over de bijna vijf kilometer lange Zwijndrechtse stamlijn door het industrieterrein de Groote Lindt.  Ooit maakten zo’n vijftien bedrijven gebruik van het spoor en werden er wekelijks gemiddeld 128 wagens gelost of geladen. Er werd de hele dag gerangeerd soms zelfs met twee locomotieven. Over de geschiedenis van he railgoederenvervoer in Zwijndrecht is veel bekend, vooral door het boek Stamlijn de Groote Lindt van Paul Engelbert.

1887
Zwijndrecht krijgt een halteplaats in 1887 aan de spoorlijn Dordrecht – Rotterdam. Een station op de dijk naar de brug over de Oude Maas wordt geopend in 1895. Onder aan de dijk komt een laad-/losweg van twee sporen die 1916 gegroeid is tot vijf sporen. Nadat er direct naast de brug het bedrijf Internationale Guano en Superphosphaatwerken geopend wordt, dat guano (vogelmest) en fosfaat voor bemesting van het land verhandelt, wordt op instigatie van de gemeente Zwijndrecht het begin van een stamlijn aan de westkant van de losweg aangelegd met een oveweg over de Lindtsedijk. Het eerste deel achter de overweg loopt over het terrein van Guano en daarvoor zal Zwijndrecht nog jarenlang huur moeten betalen. Tot 2000 zal de stamlijn in handen van de gemeente blijven. De Staatsspoor verzorgt het goederenverkeer, bij Guano komen twee overgavesporen. De bouw vindt plaats in september 1896 en kost twaalf dagen. Al na enkele jaren wordt het sporenplan uitgebreid met een terugstekend spoor langs de loodsen van het bedrijf.
Een lijmfabriek, later S.E. Cohen & Co, opent in 1901 haar poorten ten westen van Guano, waarna de gemeente de stamlijm met zo’n tweehonder meter verlengt. De lijmfabriek krijgt in 1902 een eigen zijtak met een terugstekend spoor voor het plaatsen en laden van wagens.

1910
Margarinefabrikant Van den Bergh uit Oss koopt In 1913 de lijmfabriek op en gaat er zeep produceren. Twee jaar later vestigt een tweede margarineproducent, Jurgens, eveneens uit Oss, zich op een volgend kavel met een oliefabriek Jurgen’s Olie- en Veekoekenfabrieken. Opnieuw wordt de stamlijn een stukje verlengd. Er komen drie bedrijfsaansluitingen aan de stamlijn, een intern spoor over de volle lengte van het bedrijf en verschillende draaischijven en dwarsspoortjes.
De fabrieken van Jurgens en Van den Bergh fuseren in 1927 tot de N.V. Maatschappij der Vereenigde Oliefabrieken in Zwijndrecht (VOZ) waarna de sporen op elkaar worden aangesloten en een van de vier spoorpoorten wordt opgeheven. Na enige tijd ligt er een dubbelspoor over de volledige lengte van het uitgestrekte terrein.
In 1926 worden er een slordige 22 wagens per week op de openbare losplaats geladen/gelost vooral met groente van de veilingen in de buurt. Vanaf de (nog korte) stamlijn komen zo’n 103 wagens per week, vooral van de VOZ voor het vervoer van met name vetten en chemicaliën en loog. VOZ en voorheen Jurgens heeft daarvoor eigen ketelwagens gekocht. Vanaf 1929 maakt VOZ deel uit van het Unileverconcern.

1930
Weer een nieuw bedrijf vestigt zich aan de Lindtsedijk, op een kleine kavel tussen Guano en VOZ in 1932: C. van Epenhuijsen’s Chemische Fabrieken. Per week komen er ongeveer vier wagens de poort binnenrollen
De panden van Guano worden in 1941 overgenomen door Chemproha, dat handelt in producten voor de chemische en voedingsindustrie en voert per spoor vooral mandflessen met zwavelzuur aan en eetbare oliën bijvoorbeeld in ketelwagens van de Nieuwe Matex.
Rond 1950 vertrekken er per dag drie wagenladingtreinen uit Zwijndrecht, twee richting Rotterdam, een naar Dordrecht.
Met het oog op verdere industrialisatie start de gemeente Zwijndrecht in 1933 met het inpolderen van de uiterwaarden tussen het dorpje Groote Lindt en de Oude Maas. Er worden grootse plannen ontwikkeld voor een zeehaven, maar eerst de crisisjaren en daarna de oorlog staan een snelle uitvoering in de weg.  De eerste van de drie insteekkhavens, de Develhaven, is pas in 1950 gereed.

1950
P. Van Leeuwen opent in 1951 een buizenhandel tussen de Oudemaasweg en de Develhaven Een bedrijfsaanluiting wordt geraliseerd nadat midden 1953 is de stamlijn is verlengd. Aan het eind van de Oudemaasweg vestigt zich Van de Merwe, dat door de ligging van het terrein van Van Leeuwen niet meer van een spooraansluiting kan worden voorzien. Als alternatief komt er een zijspoor met losweg langs de Kreekweg, waar Van de Merwe zijn wagens koanlossen/laden. Zodra Chemiebedrijf C. van Epenhuijsen naar het eind van de Noordweg verhuisd is, ontstaat daar de behoefte aan spoorvervoer. De stamlijn wordt weer met een paar honderd meter verlengd tot voorbij de Noordweg die een spoorlijn krijgt die door terugsteken van de stamlijn kan worden bereikt. Eind 1953 rijdt de eerste trein.
Na aanleg van de Drechthaven ontwikkelt het gebied ten westen van de Noordweg zich. Aansluitingen komen aan de oostzijde er voor NV Hercules Powder Company (later Ashland , dat kunstharsen produceert, rond 1960 en voor De Groot’s Staalconstructie in 1961. Aan de westzijde komt P. van Leeuwen jr’s Buizenhandel NV met een eigen aansluiting.
In de jaren 1960 expandeert de haven; rond 1966 wordt de derde insteekhaven, de Swinhaven aangelegd. De stamlijn wordt verlengd nu langs de Merwedeweg. Aan het begin van de weg komt een omloopspoor en halverwege aan de oostkant de aftakking naar de NV Verenigde Utrechtse Ijzerhandel (VUY). Aan het eind van de straat, aan de westzijde komt de Oliebron, producent van smeermiddelen; de lijn langs de Merwedeweg wordt in 1969 hierheen doorgetrokken. Als de VUY in 1967 verhuist is het omloopspoor niet meer nodig en maken gaan het graanbedrijf COZO en de landbouwcoöperatie Delta gebruik maken van het omloopspoor voor laden/laden van goederenwagens. Het wordt een openbare losweg waar meer bedrijven gebruik van gaan maken. Houtbedrijf Van Drimmelen maakt gebruik van het lijngedeelte naar de Oliebron; lossen gebeurt dan simpel op de openbare weg.
Aan de westzijde van de Swinhaven wil Albert Hein een distributiecentrum bouwen en plannen voor de verlenging van de stamlijn om de Swinhaven liggen al klaar. Maar AH besluit anders.
Na de overstromingsramp van 1953 waarbij het water over de Lindtsedijk sloeg wordt besloten de dijk op Deltahoogte te brengen waarbij het spoor iets en de weg flink hoger komt te liggen, dat verklaart het hoogteverschil tussen weg en spoor. De werkzaamheden starten in 1960 en ze lokken nieuwe acties uit: VOZ laat twee van de vier aansluitingen opbreken.
In de jaren 1950 is het spoorverkeer zo groot dat er bijna de hele dag gerangeerd wordt en een deel zelfs met twee locomotieven. Het zijn niet alleen wagens op de stamlijn, maar ook op de losplaats net onder het station is het druk met wagenladingen en veel drukt bij de aar gebouwde stukgoederenloods. Er komen lopen vier buurtgoederentreinen per dag binnen. Het topjaar is 1955 met gemiddeld 128 wagens per week, waarvan 93 voor VOZ, 17 voor Chemproba, 10 voor Van Epenhuijsen en 7 voor Van Leeuwen.

1970
Enkele jaren gaan voorbij totdat Piet van Leeuwen’s Buizenhandel in 1974 het perceel ten westen van de Swinhaven koopt. De stamlijn wordt opnieuw verlengd en doorgetrokken langs de bocht in de Lindtsedijk tot tegen de Oude Maas; aan het eind komen twee sporen en een omloopspoor.
De VOZ wordt in 1970 Unimills, een raffinaderij voor plantaardige oliën voor o.a. bakkerijen, kaarsen en zeep.
Het goederenvervoer is in 1976 teruggelopen tot gemiddeld 23 wagens per week, het stukvervoer is in de jaren zestig beëindigd en er doen nog slechts twee buurtgoederentreinen per dag Zwijndrecht aan. De losplaats Zwijndrecht wordt in dat jaar gesloten, er blijft slechts een spoorlijn over die bij station Zwijndrecht aftakt van de hoofdlijn. Om rangeerwerk op de stamlijn mogelijk te houden na sluiting van de losweg  wordt in 1976 bij de Kreekweg een driesporig emplacement aangelegd, tegelijkertijd wordt het (te korte) omloopspoor bij de Oudemaasweg opgeheven. Om het gemis aan een openbare losplaats te compenseren, wordt een nieuwe losplaats aangelegd bij de Uilenkade. Die is slechts vijftig meter lang, er kunnen maar een paar wagens op, en hij is slechts zelden gebruikt.
In de jaren 1970 wordt de Drechttunnel voor de A16 aangelegd; hij komt onder de grens tussen Chemproba en VOZ. Het leidt tot een kleine verschuiving van de stamlijn.
Het vervoer bij Chemproha neemt in de jaren zeventig af, Unimills stopt ermee in 1983. In 1984 komen er nog 15 wagens per week, de Noord- en Merwedeweg zijn nog open; Van Leeuwen is de grootste aanbieder van wagenladingen al is het omloopspoor in de jaren tachtig opgebroken.

1990
In 1990 worden nog aan de Noordweg Van Epenhuijsen (ketelwagens) , Hercules (Ashland) en De Groot (Grootint – kunststof buizen) bediend; aan de Merwedeweg gaat het om MAT (tabak) , Agro Delta (veevoer), Cozo (graan – maïsgluten), Van Drimmelen en Feijenoord International en aan de Lindtsedijk Van Leeuwen (ongeveer 10 wagens per week uit Duitsland, Italië en Tsjechië). Bij Grootint heeft nog eens een (eenmalig) spectaculair spoortransport plaats gevonden, waarbij rupsvoertuigen werden aangevoerd, die gebruikt worden om mega constructies te verplaatsen.
Er is nog één buurtgoederentrein en die rijdt direct naar het emplacement aan de Kreekweg om van daaruit de verschillende bedrijven te bedienen. Voor het rangeerwerk is 3,5 uur ingepland.
In de zomer van 2000 neemt NS de stamlijn van de gemeente Zwijndrecht over.

2010
Unimills heet na overname door een Maleisisch concern sinds 2010 Sime Darby Unimills BV; het is nog steeds een plantaardig olieverwerkingsbedrijf, maar wel zonder spoorvervoer. De interne sporen schijnen rond 2009 te zijn verwijderd. Ook bij anderen neemt het spoorvervoer af, in 1999 zijn naast Van Leeuwen nog slechts Grootint, COZO en MAT Transport min of meer actief. In 2000 komt er een definitief einde aan het vervoer in de Merwede- en Noordweg. Van Leeuwen aan het eind van de stamlijn blijft als enige transporteur over. Een kwart eeuw later ligt in beide straten nog steeds veel rails.

In de jaren 2010/’11 ligt het vervoer regelmatig stil, mede ook door de slechte toestand van de al jaren niet meer gebruikte wissels naar Unimills; ze worden in 2013 uitgenomen. Daarna rijden er volgens de dienstregeling drie treinen per week naar Van Leeuwen, maar dat aantal wordt zelden gehaald. Vanaf 2017 komt alleen op woensdag nog een trein, maar zelfs niet elke week. In 2021 zijn er nog maar 21 bedieningen met in totaal 58 wagens. Het wachten is op de sluiting van de stamlijn.
Bij de Uilenkade lag een parkeerplaats voor vrachtauto’s achter het spoor met als resultaat dat er vak vrachtauto’s op het spoor geparkeerd stonden. In 2021 is die parkeerplaats opgeheven en heeft het spoor een vrije baan gekregen. In dat jaar zijn er ook verschillende overwegen vervangen en is vermoedelijk het derde spoor van emplacement Kreekweg opgebroken.

2023
In 2023 rijdt er nog steeds wekelijks een trein met gemiddeld ongeveer vier wagens met buizen naar Van Leeuwen. De loc, een 6400 van DB Cargo, rijdt vanaf Zwijndrecht naar beneden tot emplacement Kreekweg en loopt daar om , om de wagens geduwd naar Van Leeuwen te brengen. De twee sporen van Van Leeuwen kunnen elk vijf wagens ‘hebben’; indien de trein meer van vijf wagens telt, moet er extra gerangeerd worden: vijf wagens geduwd naar het raccordement van Van Leeuwen, de lege wagens mee terug naar de Kreekweg, waarna de overige wagens naar Van Leeuwen gebracht worden. Het is voor de tweekoppige bemanning een rustig uitstapje: de rit vanaf Kijfhoek een uurtje of twee. De trein rijdt met een snelheid van 10 tot 20 km en moet bij veel uitritten voor vrachtauto’s toeteren of zelfs stoppen

BRON:
Paul Engelbert, Stamlijn Groote Lindt – 125 jaar spoorvervoer op de LIndtsedijk in Zwijndrecht, Lycka till Förlag, 2022.